Voor het eerst in tien jaar daalt het aantal vluchtelingen wereldwijd
Genève, donderdag, 11 juni 2026.
118 miljoen mensen op de vlucht, maar dat zijn er 5,4 miljoen minder dan een jaar eerder. Een hoopvol signaal, al waarschuwt de VN: veel terugkeerders gaan terug naar onveilige landen.
Een daling na tien jaar stijging
Genève, 11 juni 2026. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR presenteerde gisteren, op 10 juni 2026, haar jaarlijkse Global Trends-rapport. De conclusie: eind 2025 waren er wereldwijd bijna 118 miljoen ontheemden, een daling van 5,4 miljoen ten opzichte van een jaar eerder [1][2]. Dat is de eerste daling in tien jaar [3][4]. Om het even concreet te maken: één op de zeventig mensen op aarde was eind 2025 gedwongen op de vlucht [1][2]. Van die 118 miljoen zijn ruim 67 miljoen intern ontheemd — ze vluchtten dus binnen de eigen landsgrenzen [1][2]. Daarnaast telde de wereld 41,6 miljoen vluchtelingen, inclusief 6 miljoen Palestijnse vluchtelingen die onder UNRWA vallen [3][4]. De daling wordt voor een groot deel verklaard door massale terugkeer: in 2025 keerden in totaal 14,7 miljoen mensen terug naar hun herkomstgebied, een stijging van 49 procent ten opzichte van 2024 [3]. Dat zijn 7.203 million extra terugkeerders vergeleken met het jaar daarvoor. Negentig procent van alle terugkeerders deed dat in slechts zes landen: de Democratische Republiek Congo, Soedan, Syrië, Afghanistan, Oekraïne en Myanmar [3][4].
Terugkeren klinkt mooi, maar de werkelijkheid is hard
UNHCR-chef Barham Salih gooit meteen een emmer koud water over het optimisme. Veel van die terugkeerders gingen niet vrijwillig terug [1][2]. Ze keerden terug naar ‘landen waar onveiligheid heerst, waar de infrastructuur beschadigd is en waar basisvoorzieningen en economische kansen schaars blijven’, aldus Salih [1][2]. Zijn waarschuwing is helder: terugsturen naar onveilige landen lost niets op. ‘Het risico bestaat dat dit het begin wordt van een nieuwe cyclus van ontheemding’ [1][2]. De terugkeer vanuit Afghanistan was met 2,9 miljoen het grootst — het totale aantal Afghaanse vluchtelingen daalde daardoor van 5,8 miljoen in 2024 naar 3,7 miljoen eind 2025 [4]. Ook Syrië zag 1,3 miljoen mensen terugkeren na de val van het regime van Bashar al-Assad in december 2024, waardoor het totaal Syrische vluchtelingen daalde van 6 miljoen naar 4,9 miljoen [4]. Tegelijk waarschuwt het UNHCR-rapport dat 70 procent van alle vluchtelingen al vijf jaar of langer in ballingschap leeft [4]. Bovendien braken begin 2026 nieuwe crises uit: door gezamenlijke Amerikaanse en Israëlische aanvallen eind februari 2026 zijn circa 3,2 miljoen mensen in Iran tijdelijk ontheemd geraakt, en in Libanon zijn dat er ongeveer 1 miljoen sinds 2 maart 2026 [4].
Wat betekent dit voor Nederland?
Nederland vangt jaarlijks asielzoekers op uit de landen die bovenaan de UNHCR-lijsten staan [GPT]. De grootste groepen vluchtelingen wereldwijd komen uit Afghanistan, Zuid-Soedan, Soedan, Syrië, Oekraïne en Venezuela — precies de landen die ook in de Nederlandse asielinstroom prominent aanwezig zijn [1][2][3]. De meeste vluchtelingen wereldwijd worden overigens niet in Nederland of andere rijke landen opgevangen, maar in de buurlanden van hun herkomstland [1][2]. Colombia, Duitsland, Turkije, Oeganda, Iran, Tsjaad en Pakistan herbergen de grootste aantallen [1][2][3]. Duitsland is daarmee het enige westerse land in de mondiale top [3]. UNHCR heeft een ambitieus doel gesteld: voor 2035 wil de organisatie het aantal vluchtelingen in langdurige opvang dat afhankelijk is van humanitaire hulp, halveren [3][4]. Of die dalende trend aanhoudt, is nog onzeker — de nieuwe conflicten in Iran en Libanon laten zien hoe snel de cijfers weer kunnen omslaan [4]. Salih formuleerde het kernachtig: ‘Asiel en bescherming zijn levensreddend en staan niet ter discussie, maar we kunnen geen toekomst accepteren waarin miljoenen vluchtelingen jarenlang of decennialang gevangen zitten zonder realistische vooruitzichten op het opbouwen van een nieuw leven’ [4].