Randstedelingen vluchten de stad uit: lokale kopers op de Veluwe betalen de prijs
Zeeland, donderdag, 11 juni 2026.
Hoge huizenprijzen jagen Randstedelingen weg. In Putten betalen nieuwkomers gemiddeld €225.000 meer dan locals. Lokale starters verliezen daardoor de strijd om hun eigen woningmarkt.
De Veluwe als uitwijkplaats — maar niet voor iedereen
De Randstad loopt leeg. Niet letterlijk, maar genoeg om het op de Veluwe te merken. Steeds meer kopers uit Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht zoeken hun heil buiten de dure stedelijke markt en belanden in gemeenten als Putten, Epe, Nunspeet en Ermelo [1][2]. Het Kadaster publiceerde op 10 juni 2026 onderzoek naar dit verhuisgedrag en de cijfers liegen er niet om [2]. In Putten betaalden instromers uit de Randstad in 2025 gemiddeld €225.000 méér voor een woning dan lokale kopers [2]. In Epe, Nunspeet en Ermelo was dat verschil nog altijd ruim €100.000 [1][2]. Wie dus als lokale Veluwenaar een huis zoekt, staat plots te bieden tegen iemand met een Amsterdamse overwaarde op zak. Dat is geen eerlijke strijd.
Culemborg, Almere, Nijkerk: de Randstad rukt op
Het is niet alleen de Veluwe die de toestroom voelt. Gemeenten net over de grens van de Randstad zijn in 2025 eveneens populair geworden als uitwijkbestemming [2]. In Culemborg kwam vorig jaar maar liefst 42 procent van alle woningkopers uit de Randstad — waarvan 18 procent uit Utrecht stad alleen [2]. De gemeente probeert dit tij te keren door Culemborgers voorrang te geven bij inschrijvingen voor nieuwbouwprojecten [1]. Ook in Almere (38%), Nijkerk (35%) en Scherpenzeel (33%) kwamen in 2025 meer dan een derde van de kopers van buiten [2]. De gemiddelde verhuisafstand steeg ondertussen van 10,7 kilometer begin 2015 naar 13,6 kilometer begin 2025 [2]. Dat is een stijging van 27.103 procent in tien jaar tijd. Ter vergelijking: tijdens de coronajaren 2020 en 2021 piekte die afstand zelfs op gemiddeld 16 kilometer, toen iedereen op zoek was naar ruimte, rust en een aparte werkkamer [1][2].
De lokale starter is de klos
Het echte probleem zit niet alleen in de hoge prijzen. Het zit in de domino-effecten. Het Kadaster stelt de vraag scherp: wat had er kunnen gebeuren als de woningen die Randstedelingen kochten, waren gegaan naar lokale doorstromers [2]? Die doorstromers hadden dan namelijk hun eigen woning vrijgespeeld voor starters. Nu dat niet gebeurt, komen starters in plaatsen als Putten of Epe simpelweg niet aan de beurt [2]. Het aandeel kopers dat verder dan de buurgemeente reist, steeg van 18,5 procent in 2015 naar 23,5 procent eind 2025 [2]. En wie het verst verhuist? Dat zijn vijftigers en zestigers: kopers tussen de 55 en 75 jaar overbruggen gemiddeld 21 kilometer en kiezen vaak voor Drenthe of Zeeland [2]. Jongere kopers blijven dichter bij huis — als ze al iets kunnen kopen. Van alle kopers verhuisde in 2025 nog maar 58 procent binnen de eigen gemeentegrenzen; in 2015 was dat nog 64 procent [1]. De conclusie is simpel: de woningcrisis trekt mensen weg uit de Randstad, maar duwt lokale starters in de rest van Nederland daarmee nóg verder in het nauw.