Het noorden betaalt de rekening: Rijkswaterstaat stopt met wegenonderhoud op de A7, A28 en N33
Groningen, donderdag, 11 juni 2026.
92 kilometer asfalt wordt niet vervangen. Bijna 100 viaducten krijgen geen onderhoud. Het geld is op — en het noorden van Nederland merkt dat het hardst.
Geld op, wegen wachten
Groningen, Drenthe en Friesland — het noorden van Nederland staat er letterlijk slecht voor. Rijkswaterstaat maakte op 9 juni 2026 bekend dat het geplande groot onderhoud aan het hoofdwegennet voorlopig stopt [1][3]. Het budget van 2,8 miljard euro dat bedoeld was voor wegenonderhoud tot 2026 is al grotendeels op [4]. Wat blijft liggen: 92 kilometer asfalt dat niet wordt vervangen, 130 kilometer weg zonder verjongingsbehandeling, 104 kilometer vangrails die niet worden vernieuwd en bijna 100 viaducten zonder gepland onderhoud [4]. Concreet gaat het om de A7 richting de Duitse grens, de A28 tussen Groningen en Assen en tussen Hoogeveen en Beilen, de A37 tussen Hoogeveen en Emmen, en de N33 bij Appingedam [4]. Ook Utrecht-Lunetten valt buiten de boot [4]. Een woordvoerder van Rijkswaterstaat legt het droog uit: “Er is meer werk te doen dan dat er geld is” [1]. Dit is niet zomaar een incident — de Rekenkamer en Rijkswaterstaat zagen deze budgettekorten al langer aankomen, terwijl veel infrastructuurobjecten het einde van hun levensduur bereiken [1]. Wie meer achtergrond wil: eerder schreven we al hoe Nederland 80 jaar lang vergat te sparen en nu een rekening van 80 miljard euro betaalt, waarbij 77 procent van de beweegbare bruggen al in slechte staat verkeert. Lees dat verhaal hier: Nederland vergat 80 jaar lang te sparen [5].
Het noorden is het zat
De provincies Groningen, Drenthe en Friesland reageerden op 8 juni 2026 met een gezamenlijke verklaring [2]. Hun conclusie is hard: “Dit is geen incident, maar het gevolg van politieke keuzes in Den Haag” [2]. Drentse gedeputeerde Bart van Dekken zegt het nog bondiger: “Als er krapte ontstaat, schuift het Noorden naar achter. Dit is geen toeval, het is een keuze” [4]. Gronings gedeputeerde Erik Jan Bennema waarschuwt dat de inwoners dit gaan voelen: “Slechtere wegen, meer afsluitingen en minder veiligheid” [2]. Werkgeversorganisatie VNO-NCW MKB Noord noemt het besluit ronduit onacceptabel. Het noorden heeft relatief weinig hoofdverbindingen, waardoor elk uitgesteld project extra hard aankomt voor ondernemers [4]. Directeur Sieger Dijkstra van ESHA schetst een ontnuchterend beeld: “Straks rijden we slingerend over de A7 om alle afgezette stukken heen” [2]. Hij voegt eraan toe dat uitstel de kosten alleen maar opdrijft: “Je schuift kosten voor je uit die straks vele malen hoger zijn dan wanneer je de wegen goed onderhoudt” [2]. De snelwegen kwamen in het voorjaar van 2026 al in slechte staat uit de winter — het voorjaar van 2027 belooft nog erger te worden [2].
Minister belooft lijst, bouwsector houdt hart vast
Minister Vincent Karremans (VVD) van Infrastructuur en Waterstaat probeert de gemoederen te sussen. “We hebben niet alle onderhoudsprojecten in Noord-Nederland geschrapt, we gaan door met onderhoud waar dat nodig is”, zei hij [2]. Hij beloofde na de zomer van 2026 met een specifieke lijst te komen van projecten die wel en niet doorgaan [2]. Voorrang krijgen verouderde viaducten en bruggen, waaronder die langs de vaarweg Lemmer-Delfzijl [2]. Rijkswaterstaat benadrukt dat de verkeersveiligheid niet in gevaar komt — maar sluit snelheidsverlagingen en rijstrookafsluitingen op kwetsbare trajecten nadrukkelijk niet uit [1]. In de bouwsector zijn de reacties geschokt: bronnen rekenen al op verder uitstel, met mogelijk grote gevolgen voor aannemers [3]. Hoogleraar ruimtelijke economie Erik Verhoef van de VU Amsterdam legt de vinger op de zere plek: “Infrastructuur repareren klinkt niet sexy. Politici zeggen liever dat ze iets moois gaan bouwen” [1]. Intussen loopt de achterstand op. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zal in 2038 naar verwachting 34,5 miljard euro tekortkomen voor de plannen die Rijkswaterstaat noodzakelijk acht [1]. Wie in het noorden woont of werkt, kan de komende jaren rekenen op meer hinder, langere reistijden en wegen die er niet beter op worden. Tenzij Den Haag na de zomer toch met geld over de brug komt.