Rechtbank dwingt minister om zestien uitgeprocedeerde asielzoekers toch op te vangen

Rechtbank dwingt minister om zestien uitgeprocedeerde asielzoekers toch op te vangen

2026-04-25 binnenland

Rotterdam, zaterdag, 25 april 2026.
De minister van Asiel en Migratie mag zestien vreemdelingen niet op straat zetten. Dit oordeelde rechtbank Rotterdam gisteren. De minister stopte op 1 januari 2025 de landelijke bed-bad-broodregeling. Voor zestien mensen in Rotterdam had de bewindspersoon geen alternatief geregeld. De rechter vindt dat deze groep anders in ‘zeer verregaande materiële deprivatie’ terechtkomt. Vier andere vreemdelingen mochten wel uit de opvang worden gezet omdat voor hen wel een plek in Ter Apel was geregeld.

Rechtbank geeft zestien mensen ademruimte

De Rotterdamse rechtbank oordeelde op 23 april 2026 dat de minister nieuwe besluiten moet nemen voor deze zestien vreemdelingen [1]. Tot die tijd mogen zij in de opvang blijven. De rechter vond dat de minister onvoldoende had gewaarborgd dat deze groep niet op straat zou belanden zonder basic voorzieningen zoals onderdak en voedsel [1]. Voor vier andere bewoners van de LVV was er wel een concrete oplossing: een plek in de Vreemdelingenbewaring Locatie (VBL) in Ter Apel [1]. Deze vier mensen mochten dus wel uit de Rotterdamse opvang worden gezet.

Wat betekent dit voor andere gemeenten

De uitspraak raakt niet alleen Rotterdam. De LVV-regeling was een landelijk convenant tussen de Rijksoverheid en verschillende gemeenten [1]. Deze gemeenten verzorgden namens de minister opvang voor mensen zonder verblijfsrecht - de zogeheten bed-bad-broodregeling [1]. Nu de rechter zegt dat de minister zorgvuldiger moet kijken naar alternatieven, kunnen soortgelijke procedures in andere steden volgen. De minister moet voor de zestien Rotterdammers binnen vier weken na de uitspraak van de voorzieningenrechter nieuwe besluiten nemen [1].

De juridische puzzel

Het verschil tussen de zestien en de vier ligt in de toegang tot alternatieve opvang. De zestien voldeden niet aan de toelatingsvoorwaarden voor de VBL in Ter Apel [1]. Daarom had de minister voor hen geen aanbod gedaan [1]. De rechtbank vond dit onvoldoende en verklaarde hun beroepen gegrond [1]. Het toont aan dat ministers niet zomaar opvangplekken kunnen sluiten zonder concrete alternatieven te bieden. Voor uitgeprocedeerde asielzoekers betekent dit dat rechters per geval bekijken of er echt geen andere oplossing is dan de straat.

Bronnen


asielopvang rechtbank uitspraak