Europa's duurste luchtvaartproject sneuvelt: Airbus en Dassault komen er niet uit
Brussel, maandag, 8 juni 2026.
Het FCAS-project, een gevechtsvliegtuig van 100 miljard euro, is geschrapt. Zelfs Merz en Macron konden Airbus en Dassault niet verzoenen.
Duitsland en Frankrijk trekken de stekker eruit
In Europa — en dan vooral in Duitsland en Frankrijk — viel maandag 8 juni 2026 een kostbaar luchtkasteeltje om. Het Future Combat Air System, kortweg FCAS, is definitief geschrapt [1]. Het project moest de opvolger worden van de Eurofighter Typhoon en zou een zesde generatie gevechtsvliegtuig opleveren, aangevuld met drones en een volledig luchtstrijdsysteem [1]. De rekening? Een slordige 100 miljard euro [1]. De reden van de mislukking is even simpel als pijnlijk: Airbus en Dassault werden het niet eens. De Fransen willen een toestel dat kernwapens kan afvuren en op een vliegdekschip kan landen — logisch, want Frankrijk heeft beide [1]. De Duitsers, onder leiding van bondskanselier Friedrich Merz, zagen dat heel anders. Merz vroeg zich zelfs hardop af of een bemand gevechtsvliegtuig voor de Duitse Luftwaffe nog wel nodig is [1]. Met zulke fundamenteel verschillende wensen kom je er als buren niet uit, hoe vriendelijk je ook blijft knikken tijdens de vergadering.
Maandenlang bemiddelen, niets geholpen
Merz en de Franse president Emmanuel Macron zetten zich maandenlang in om de ruzie tussen Airbus en Dassault te sussen [1]. Tevergeefs. De geschillen draaiden niet alleen om technische specificaties, maar ook om industriële aandelen en technologiedeling tussen Airbus, Dassault en het Spaanse Indra Systems [1][2]. Eén lichtpuntje: de samenwerking op het gebied van drones gaat wél door [1]. Maar een gevechtsvliegtuig? Dat zit er voorlopig niet in. Voor Nederland is dit relevant: als nauwe defensiepartner binnen Europa is Nederland mede afhankelijk van de Europese defensie-industrie voor toekomstige vlootvervanging [alert! ‘De directe impact op Nederlandse vlootplannen wordt niet expliciet benoemd in de bronnen’]. Het mislukken van FCAS laat zien dat Europa grote moeite heeft een volwaardige eigen defensie-industrie van de grond te krijgen [1].
Wat nu? Europa zoekt verder
Europa staat nu met lege handen — althans, wat betreft een eigen zesde generatie straaljager. Het Global Combat Air Programme (GCAP), een samenwerking tussen het Verenigd Koninkrijk, Italië en Japan, verwacht pas in de periode 2030–2039 een operationeel toestel [2]. Dat is ver weg. Intussen kijkt Spanje alvast rond. Volgens berichten van 6 en 7 juni 2026 onderzoekt Madrid de Turkse KAAN van Turkish Aerospace Industries als mogelijk alternatief voor de Amerikaanse F-35 [2]. Gesprekken tussen president Recep Tayyip Erdoğan en de Spaanse premier Pedro Sánchez zijn al gestart [2]. De KAAN heeft echter een strategische zwakte: het toestel draait momenteel op Amerikaanse GE F110-motoren, waarvan Washington de levering kan stopzetten [2]. Turkije werkt aan een eigen motor, de TF35000, maar die moet zich in de praktijk nog bewijzen [2]. Voor Europa blijft de conclusie dezelfde: grote ambities, taaie realiteit. Amerika, China en Rusland werken ondertussen rustig door aan hun eigen zesde generatie toestellen [1]. Europa kijkt toe — en zoekt een alternatief.