Vanaf 12 juni stuurt Italië asielzoekers terug naar Nederland en begint een nieuw Europees tijdperk
Brussel, vrijdag, 5 juni 2026.
Op 12 juni 2026 treedt het EU-migratiepact in werking. Italië neemt dan weer asielzoekers terug die via Italië Europa binnenkwamen. Nederland kiest zelf voor een strenger beleid dan Brussel verplicht.
Schone lei met Italië
Vanaf 12 juni 2026 is het voorbij met de vrijbrief voor asielzoekers die via Italië Europa binnenkwamen en daarna in Nederland asiel aanvroegen. Italië neemt die mensen dan weer terug [2]. Asielminister Bart van den Brink (CDA) bezocht op 4 juni 2026 Rome voor overleg met de Italiaanse binnenlandminister Matteo Piantedosi. Zijn conclusie: ‘We beginnen met een schone lei’ [2]. Wel geldt één belangrijke kanttekening: wie vóór 12 juni via Italië naar Nederland reist, wordt niet teruggestuurd [2]. De klok begint pas te tikken op de dag dat het pact ingaat. Europese regels schrijven al langer voor dat het land van eerste binnenkomst verantwoordelijk is voor de asielaanvraag [2]. Italië hield zich daar jarenlang niet aan, kort nadat de regering van premier Giorgia Meloni aantrad en een streng migratiebeleid beloofde [2]. Nu ligt er weer een akkoord. Nederland kiest er bewust voor om Italië ‘operationeel’ te helpen bij het verwerken van asielaanvragen, in plaats van asielzoekers fysiek over te nemen [2]. Dat is een keuze die het migratiepact uitdrukkelijk toestaat [2].
Grote hervorming, krappe deadline
Het EU-migratiepact is geen kleine ingreep. Het hervormt het complete Europese asielbeleid en verplicht lidstaten tot snellere grensprocedures: afgehandeld binnen twaalf weken [1]. Op 3 juni 2026 kwamen de EU-asielministers samen in Luxemburg om een valse start te voorkomen [1]. Eurocommissaris Magnus Brunner (Migratie) was openhartig: ‘De laatste paar procent zijn altijd het moeilijkst’ [1]. En die laatste procenten zijn niet niks. In mei 2026 concludeerde de Europese Commissie dat zestien lidstaten, waaronder Nederland, kampten met een slecht werkende digitale database [1]. Elf landen, waaronder Griekenland en Italië, waren onvoldoende voorbereid op de nieuwe grensprocedures [1]. Voor Nederland draaide de zorg specifiek om het ICT-systeem van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) [1]. Minister Van den Brink meldde in de week van 27 mei 2026 dat hij ‘telkens betere en positievere berichten’ ontving over de voortgang [1]. Er wordt inmiddels gewerkt aan een tijdelijke tussenoplossing zodat Nederland de taken op tijd kan uitvoeren [1]. Niet iedereen is gerustgesteld. Europarlementariër Marieke Ehlers (PVV) is sceptisch: ‘De grensprocedure moet binnen twaalf weken zijn afgehandeld. Dat gaat nooit gebeuren’ [1]. Europarlementariër Tineke Strik (GroenLinks-PvdA) wees op de situatie in Griekenland: ‘Het ontbreekt aan alle capaciteit: immigratieautoriteiten, rechters, advocaten’ [1].
Nederland gaat verder dan Brussel verplicht
Het pact legt minimumnormen vast [4]. Nederland kiest bewust voor een strengere koers dan die minimumnormen vereisen [4]. Zo legt de Nederlandse implementatiewet de nadruk op gehuwde partners bij gezinshereniging. Dat benadeelt koppels die in hun thuisland niet kunnen trouwen, waaronder LGBTQ+-vluchtelingen [4]. Opvallend voor een land dat in 2001 als eerste ter wereld het homohuwelijk legaliseerde [GPT]. Ondertussen speelt er ook een bredere discussie over terugkeerhubs: plekken buiten de EU waar afgewezen asielzoekers naartoe worden gestuurd voordat ze terugkeren naar hun land van herkomst [2]. Op 2 juni 2026 bereikten onderhandelaars in Brussel een akkoord om zulke hubs ook op Europees niveau te regelen [2]. Brunner wees daarbij op het kleine percentage afgewezen asielzoekers dat de EU daadwerkelijk verlaat [2]. Van den Brink was in Rome mede om te leren van de Italiaanse ervaringen met terugkeerhubs [2]. Mensenrechtenorganisaties zijn kritisch en vergelijken de aanpak met de methodes van de Amerikaanse immigratiedienst ICE [2]. Na 12 juni wordt duidelijk of de grote woorden ook grote daden worden. Zoals Van den Brink zelf zei: ‘We gaan in de komende maanden zien hoe dat uitpakt’ [1].