Nederland stuurt vanaf 12 juni weer asielzoekers terug naar Italië na vier jaar stilstand
Den Haag, donderdag, 4 juni 2026.
Vanaf 12 juni 2026 mag Nederland asielzoekers die via Italië binnenkwamen weer terugsturen. Italië weigerde dit sinds 2022. Een nieuwe deal maakt daar een einde aan.
De deal: wat er op 2 juni in Rome is afgesproken
Minister Bart van den Brink (CDA) van Asiel en Migratie vloog op 2 juni 2026 naar Rome en sloot daar een bilaterale asieldeal met zijn Italiaanse ambtsgenoot Matteo Piantedosi [1][2]. De afspraak is simpel: wie als asielzoeker eerst Italië betreedt en daarna doorrijst naar Nederland om hier asiel aan te vragen, gaat terug naar Italië [1][2]. Dat kon jarenlang niet. Italië weigerde sinds eind 2022 mee te werken aan de Europese Dublin-verordening, die bepaalt dat het land van eerste aankomst verantwoordelijk is voor de asielprocedure [2]. De Europese Commissie trad in al die tijd niet op als handhaver [2]. Vanaf 12 juni 2026 verandert dat. Op die datum treedt ook het Europese migratiepact in werking, en de nieuwe bilaterale deal sluit daar naadloos op aan [1][3]. Belangrijk detail: asielzoekers die vóór 12 juni 2026 via Italië in Nederland zijn binnengekomen, worden niet teruggestuurd [1]. Van den Brink noemt het een nieuwe start: “We beginnen met een schone lei” [1].
Wat het betekent voor beleid en burgers — en wat er nog tegenaan kan lopen
De deal is geen eenrichtingsverkeer. Nederland helpt Italië ook, niet door asielzoekers over te nemen via het migratiepact, maar via een financiële bijdrage [2]. Bovendien sluit Nederland zich aan bij de Italiaanse samenwerking met internationale organisaties in landen als Algerije, Tunesië en Libië, zodat afgewezen asielzoekers al vanuit die landen terugkeren naar hun herkomstland [2]. Van den Brink bezocht tijdens zijn bezoek ook het Zuid-Italiaanse eiland Lampedusa om de praktische voorbereidingen te bekijken: “Ik heb daar gezien hoe mensen op bootjes worden gezet. Het is afschuwelijk. We moeten dit businessmodel van mensensmokkelaars zien te breken” [2]. Tegelijk zijn er ook nieuwe, strengere Nederlandse regels op komst. Vanaf 12 juni 2026 krijgen vluchtelingen geen onbeperkt houdbare verblijfsvergunning meer, en de maximale duur van tijdelijke vergunningen wordt verkort van vijf naar drie jaar [1]. Voor asielzoekers én voor de Nederlandse asielpraktijk zijn dat ingrijpende veranderingen. De minister vreest wel voor vertraging: asieladvocaten kunnen via de rechter proberen overdrachten naar Italië te blokkeren [2]. Italië heeft bovendien eerder twee uitzetcentra gebouwd in Albanië, maar die zijn nauwelijks operationeel omdat een rechter dit heeft verboden [1]. Dat laat zien dat papieren deals en praktijk soms ver uit elkaar liggen.
Breder Europees plaatje: terugkeerhubs en twintig jaar nieuwe regels
De Nederlands-Italiaanse deal staat niet op zichzelf. Tussen 31 mei en 2 juni 2026 bereikte de EU een akkoord over een terugkeerregeling voor afgewezen asielzoekers naar zogeheten ‘terugkeerhubs’ buiten de Europese Unie [1]. Malik Azmani, hoofdonderhandelaar namens het Europees Parlement, omschreef het op 1 juni 2026 als een historische stap: “Na 20 jaar komen eindelijk nieuwe regels die gaan werken” [4]. Er moeten nog wel laatste stemmingen plaatsvinden voordat de nieuwe Europese terugkeerregels volledig van kracht worden [4]. De Italiaanse premier Giorgia Meloni is enthousiast over de richting die Europa inslaat. Zij claimt dat Europa nu het zogeheten ‘Albanië-model’ gaat volgen — waarbij asielzoekers worden opgevangen in centra buiten de EU [1]. De Italianen hebben ook interesse getoond in de Nederlandse plannen voor terugkeerhubs, centra in landen buiten de EU waar afgewezen asielzoekers naartoe kunnen worden gestuurd, ongeacht hun herkomstland [2]. Nederland sloot eerder al een vergelijkbare bilaterale deal met Griekenland. Van den Brink: “Dit zijn voor ons de twee belangrijkste landen waar we in het verleden discussies mee hebben gehad” [2].