Een derde van de Nederlanders is het klimaatbeleid spuugzat
Den Haag, woensdag, 27 mei 2026.
Klimaatnijd groeit snel: in 2024 voelde een kwart zich beknot door klimaatmaatregelen, nu is dat al een derde. Ondertussen maakt 80% zich drukker om woonkosten dan om CO₂.
Den Haag kijkt toe hoe het draagvlak wegsmelt
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) publiceerde op 27 mei 2026 de studie ‘Klimaat en Samenleving’ en de boodschap is helder: steeds meer Nederlanders zijn klaar met het klimaatbeleid [1]. In 2024 ervoer nog een kwart van de bevolking ‘klimaatnijd’ — het gevoel dat je nergens meer van mag genieten vanwege klimaatmaatregelen. Nu is dat gestegen naar een derde van alle Nederlanders [1]. Dat is een stijging van 32 procent in minder dan twee jaar. SCP-onderzoeker Yvonne de Kluizenaar is duidelijk over wat dat betekent: “Het gaat om beleving. De studie meet geen feiten. Maar het gevoel komt ergens vandaan en politici in Den Haag zullen er rekening mee moeten houden. Anders kan het effect hebben op het vertrouwen in de politiek en het draagvlak voor klimaatbeleid” [1].
Woning en oorlog winnen het van de poolkap
Waarom groeit die ergernis zo snel? Kijk naar de concurrentie. Maar liefst 85 procent van de Nederlanders maakt zich op dit moment zorgen over internationale spanningen én het tekort aan betaalbare woningen [1]. Die zorgen zijn simpelweg groter dan de zorg om CO₂. Bovendien vindt ruim 80 procent — vier op de vijf Nederlanders — het klimaatbeleid oneerlijk verdeeld: de rekening belandt niet gelijk bij landen, burgers en bedrijven, en zeker niet gelijk bij arm en rijk [1]. Dat gevoel van onrechtvaardigheid wordt extra aangewakkerd door concrete maatregelen op de boodschappenbon. Een ruime meerderheid is tégen een zuiveltaks, een nipte meerderheid wijst een vleestaks af, en voor of tegen de krimp van de veestapel bestaat überhaupt geen meerderheid [1]. De Kluizenaar verklaart dat direct: “Ik vermoed dat de stijging van de kosten van het levensonderhoud een beprijzing van basisbehoeften niet populair heeft gemaakt” [1]. Met andere woorden: als je al moeite hebt om de hypotheek te betalen, prik je niet te wachten op een extra taks op je kaas.
Klimaatzorg bestaat nog wel — maar op eigen voorwaarden
Het zou te makkelijk zijn om te concluderen dat Nederland het klimaat volledig de rug toekeert. Dat klopt niet. Nog altijd maakt 65 procent van de bevolking zich zorgen over klimaatverandering, 70 procent over extreem weer en zelfs 75 procent over de achteruitgang van natuur en milieu [1]. Maatregelen zoals stadsvergroening en een kilometerheffing kunnen op brede steun rekenen [1]. Het verschil zit hem in de portemonnee en in het gevoel van eerlijkheid. Nederlanders willen best meedoen — als de lasten eerlijk worden gedeeld en andere urgente problemen niet worden genegeerd. Onderzoekers van de Radboud Universiteit concludeerden eerder al op basis van het Nationaal Kiezersonderzoek 2023 dat steun voor ingrijpend klimaat- en stikstofbeleid snel afneemt zodra thema’s gepolitiseerd raken, en dat die steun sterk samenhangt met inkomensniveau en vertrouwen in de politiek [alert! ‘deze bevinding komt uit de tweede bron, een conferentieprogramma van de Dag van de Sociologie 2026, niet uit een gepubliceerd wetenschappelijk artikel’] [2]. De SCP-studie van 27 mei 2026 bevestigt dat patroon op nationaal niveau [1]. Den Haag heeft dus een probleem — en dat los je niet op met een campagne, maar met beleid dat mensen ook daadwerkelijk eerlijk vinden.