10.000 zware misdrijven niet onderzocht: waarom vertrouwt Nederland nog op de politie?

10.000 zware misdrijven niet onderzocht: waarom vertrouwt Nederland nog op de politie?

2026-06-18 politiek

Den Haag, donderdag, 18 juni 2026.
Stel je voor: je wordt slachtoffer van een gewapende overval of ernstig geweld, doet aangifte, en hoort vervolgens niets meer. Voor 10.000 Nederlanders was dit in 2024 bittere realiteit. De Algemene Rekenkamer onthult vandaag dat de politie structureel faalt: onderbezetting, inefficiëntie en gebrek aan overzicht zorgen ervoor dat ernstige misdrijven – van verkrachting tot moordpogingen – simpelweg niet worden opgepakt. Minister Van Weel weet niet eens wat zijn eigen korpsen doen. Terwijl de criminaliteit stijgt, blijft de opsporing achter. De Tweede Kamer eist nu antwoorden: hoe kan het dat een land met een politiebudget van €8,1 miljard jaarlijks duizenden zware zaken laat liggen? En belangrijker: wie beschermt ons als de politie het niet doet?

Een politieapparaat dat hapert: waarom 10.000 zware misdrijven bleven liggen

De cijfers liegen er niet om. In 2024 registreerde de Nederlandse politie ruim 791.000 nieuwe misdrijven [2]. Maar liefst 10.000 daarvan – allemaal ernstige zaken volgens de Crime Harm Index – werden niet of nauwelijks onderzocht [2][3]. Het gaat om 550 geweldsdelicten, 200 zedenzaken, 750 high-impact misdrijven en 100 gevallen van ondermijning [2]. Daarnaast bleven 3.450 zware diefstallen en 5.050 andere ernstige misdrijven, zoals identiteitsfraude en brandstichting, liggen zonder prioriteit [2]. De Algemene Rekenkamer concludeert dat de politie structurele problemen heeft: onderbezetting, inefficiënte werkwijzen en een gebrek aan inzicht in de eigen prestaties [1][2][3]. Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel (VVD) krijgt het verwijt dat hij onvoldoende grip heeft op de prestaties van zijn eigen korpsen [1]. Terwijl bijna 3 miljoen Nederlanders in 2025 slachtoffer werden van traditionele criminaliteit en 17% te maken kreeg met online misdrijven, blijft de opsporing achter [2]. De politie gaf in 2024 maar liefst €8,1 miljard uit aan wettelijke taken, waarvan €3,3 miljard (41%) aan opsporing [2]. Toch ontbreekt elk zicht op de effectiviteit van deze uitgaven [4]. De Rekenkamer stelt vast dat prioriteiten binnen de opsporing slechts deels overeenkomen met de ernstigste misdrijven [2]. Zo worden cybercrime, winkeldiefstal en drugsbezit geprioriteerd, terwijl brandstichting en identiteitsfraude ondergewaardeerd blijven [2]. Van de 10.000 niet-behandelde zaken werden er 7.000 direct afgewezen en 3.000 vroegtijdig gestaakt door capaciteitstekort [2]. Regionale verschillen zijn groot: in Rotterdam werd 19% van de ernstige aangiften direct afgewezen, tegenover 12% in Oost-Nederland en 11% in Limburg [2].

Wat betekent dit voor jou?

Stel je voor: je wordt slachtoffer van een gewapende overval. Je doet aangifte, maar de politie heeft geen tijd om je zaak te onderzoeken. Of erger: je wordt verkracht, maar de dader komt ermee weg omdat de recherche overbelast is. Voor duizenden Nederlanders was dit in 2024 de realiteit [2]. De politie heeft simpelweg niet de capaciteit om alle ernstige misdrijven op te pakken. Het probleem is niet nieuw. Al jaren kampt de politie met onderbezetting en hoge werkdruk [1][2]. Maar de omvang van het probleem is schokkend: 10.000 zware misdrijven die niet worden onderzocht, betekent 10.000 daders die vrij rondlopen [2]. De gevolgen zijn voelbaar. Slachtoffers voelen zich in de steek gelaten. Het vertrouwen in de rechtshandhaving daalt. En criminelen krijgen vrij spel. De Tweede Kamer buigt zich later deze week over de kwestie en zal minister Van Weel om opheldering vragen [1]. Maar de vraag is: wat kan er concreet veranderen? De Rekenkamer doet een aantal aanbevelingen: heroverweeg de prioriteiten binnen de opsporing, zorg voor een goede registratie van opsporingsonderzoeken en leg jaarlijks verantwoording af over de resultaten en kosten [2]. Maar of dat voldoende is, is de vraag. Want zolang de politie structurele problemen heeft, blijft de opsporing van ernstige misdrijven een zwakke schakel in de Nederlandse rechtshandhaving. En dat heeft gevolgen voor ons allemaal.

Een systeem in crisis: wie neemt de verantwoordelijkheid?

De politie is niet de enige schuldige. Ook het Openbaar Ministerie (OM) kampt met capaciteitstekorten, waardoor zaken vroegtijdig worden gestaakt [2]. Bovendien ontbreekt het aan coördinatie tussen de verschillende korpsen en het OM. De Rekenkamer stelt vast dat er geen eenduidig systeem is om de ernst van misdrijven te meten en prioriteiten te stellen [2]. De Crime Harm Index, die de ernst van misdrijven meet aan de hand van gemiddelde detentiedagen, wordt niet consistent toegepast [2]. Daarnaast heeft de politie geen zicht op de resultaten van 11.500 grote internationale opsporingsonderzoeken, waarvoor 12.300 fte worden ingezet [2]. Het gebrek aan inzicht is schrijnend. Minister Van Weel weet niet eens wat zijn agenten precies bereiken [1]. Terwijl het politiebudget blijft stijgen – van €8,1 miljard in 2024 naar een verwachte €8,5 miljard in 2026 0.4 – blijft de effectiviteit achter [2][alert! ‘exacte budgetcijfers 2026 ontbreken’]. De vraag is niet alleen hoe het zover heeft kunnen komen, maar ook wie de verantwoordelijkheid neemt. De Tweede Kamer zal minister Van Weel deze week stevig aan de tand voelen [1]. Maar of dat leidt tot concrete verbeteringen, is nog maar de vraag. Want zolang er geen structurele oplossingen komen voor de onderbezetting, de inefficiëntie en het gebrek aan overzicht, blijft de Nederlandse politie een systeem in crisis. En dat is slecht nieuws voor iedereen die vertrouwt op de rechtshandhaving.

Bronnen


politieonderzoek rekenkamer