Brussel geeft bedrijven 7 miljard euro belastingkorting voor innovatie, maar wie pakt het meeste op?

Brussel geeft bedrijven 7 miljard euro belastingkorting voor innovatie, maar wie pakt het meeste op?

2026-06-05 economie

Brussel, vrijdag, 5 juni 2026.
De Europese Commissie wil bedrijven die investeren in onderzoek en ontwikkeling fiscaal belonen. Grote multinationals zoals ASML profiteren het meest. Het mkb blijft achter.

7 miljard euro minder belasting: klinkt goed, maar hoe werkt het?

Op 4 juni 2026 lekte een conceptvoorstel uit van de Europese Commissie [1]. De kern: bedrijven die investeren in onderzoek en ontwikkeling (R&D) krijgen extra fiscale aftrekposten. Daarbovenop mogen bedrijven rentelasten aftrekken tot 30 procent van hun belastbare winst, waarbij de eerste 5 miljoen euro aan rentelasten altijd aftrekbaar blijft [1]. Het resultaat? EU-bedrijven betalen gezamenlijk circa 7 miljard euro minder winstbelasting [1]. Ter vergelijking: daarvoor kun je zo’n zeven Amsterdamse Noord-Zuidlijnen bouwen [GPT]. De Commissie presenteert het definitieve voorstel naar verwachting op 24 juni 2026, waarna alle EU-lidstaten unaniem moeten instemmen [1][3]. Geen unanimiteit, geen feest. De achterliggende reden is geopolitiek. Hoogleraar Arjan Lejour (Tilburg University) legt het helder uit: ‘In de Verenigde Staten worden onder president Trump steeds meer regels voor bedrijven afgeschaft, terwijl China zijn bedrijfsleven actief ondersteunt vanuit de overheid. Europa wil daarin niet achterblijven.’ [1] Voormalig ECB-president Mario Draghi waarschuwde hier al voor in zijn invloedrijke rapport uit 2024: Europa verliest terrein door achterblijvende innovatie en een gebrek aan investeringen [1]. De Europese Commissie speelt daar nu op in met het bredere ‘Tax Omnibus’-pakket, dat ook bestaande richtlijnen stroomlijnt en de administratieve lasten met 25 procent voor alle bedrijven en zelfs 35 procent voor het mkb moet verlagen [3].

ASML blij, mkb minder: wie pakt het meeste mee?

De grote winnaar? Internationaal actieve technologiebedrijven zoals ASML [1]. Die hebben de schaal, de juridische slagkracht én de belastingadviseurs om optimaal gebruik te maken van nieuwe fiscale regels. Belastingrechtprofessor Jan Vleggeert (Universiteit Leiden) is er kort over: ‘Dit is een feestje voor multinationals en belastingadviseurs.’ [1] Voor Nederland pakt dat extra gevoelig uit. Nederland hanteert momenteel strengere earningsstrippingregels dan de Europese ATAD-richtlijn vereist: renteaftrek is hier begrensd op 24,5 procent van de winst met een drempel van slechts 1 miljoen euro [3]. De Europese richtlijn staat een drempel van 3 miljoen euro toe [3]. Na de financiële crisis van 2008 koos Nederland bewust voor een strengere aanpak dan Brussel voorschreef [1]. Als Nederland die strengere regels nu moet loslaten om het Europese voorstel te volgen, waarschuwt Vleggeert: ‘Dat kan de Nederlandse schatkist heel veel geld kosten.’ [1] Het mkb profiteert in theorie ook van lagere administratieve lasten [3], maar de complexe R&D-toeslagen en renteaftrekconstructies zijn in de praktijk vooral weggelegd voor bedrijven met een eigen fiscale afdeling. Een bakker in Haarlem of een tech-startup in Eindhoven redt dat niet zomaar zonder dure adviseur.

Nederland moet nu kiezen: meedoen of achterblijven?

Belastingspecialist Gijs Fibbe signaleert een fundamentele verschuiving in het internationale belastingdebat [2]. Jarenlang draaide belastingconcurrentie tussen landen om het verlagen van tarieven. Maar met de invoering van Pillar Two — de internationale minimumbelasting — is die race-to-the-bottom grotendeels afgelopen [2]. Landen moeten nu concurreren op kwaliteit van hun belastingstelsel: gerichte prikkels voor innovatie, investeringen en werkgelegenheid [2]. Voor Nederlandse beleidsmakers is de vraag daarom niet of deze richting reëel is, maar of Nederland de beschikbare beleidsruimte binnen Pillar Two actief benut — of het risico neemt achter te blijven in het aantrekken van echte economische activiteit [2]. Het voorstel raakt ook de bredere Europese technologiestrategie. Op 3 juni 2026 lanceerde de Commissie het ‘European Technology Sovereignty Package’, mede omdat de EU structureel afhankelijk is van niet-Europese aanbieders voor meer dan 80 procent van haar digitale producten, infrastructuur en intellectueel eigendom [4]. Innovatiebeleid en belastingbeleid gaan dus hand in hand. De deadline nadert snel: op 24 juni 2026 verwacht de Commissie het definitieve Tax Omnibus-voorstel te publiceren [3]. Daarna zijn alle 27 lidstaten aan zet. En zoals dat gaat in Brussel: iedereen moet ‘ja’ zeggen, anders gaat het feest niet door.

Bronnen


winstbelasting innovatie