De staat kan fluiten naar een half miljard: rechter geeft NAM gelijk over waardedaling Groningse huizen
Groningen, vrijdag, 12 juni 2026.
NAM hoeft voorlopig geen €521 miljoen te betalen voor gedaalde huizenprijzen in Groningen. De rekening was slecht onderbouwd. Vroeger verdienden Shell, ExxonMobil en de staat samen grof geld. Nu ruziën ze over de schade.
Rechtbank schrapt de rekening van €521 miljoen
De rechtbank in Groningen deed op vrijdag 11 juni 2026 uitspraak in een slepende juridische strijd tussen de Nederlandse Staat en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) [1][4]. De uitkomst is een forse tik voor het kabinet: NAM hoeft voorlopig geen €521 miljoen te betalen voor de gedaalde waarde van onverkochte woningen in het Groningse aardbevingsgebied [1][2][4]. Het ministerie van Binnenlandse Zaken had dat bedrag in 2022 in rekening gebracht bij NAM, als doorbelasting van compensatie die in 2020 en 2021 was uitgekeerd aan gedupeerde woningeigenaren [1][3]. De rechtbank veegde die rekening van tafel. Reden: de Staat heeft onvoldoende uitgelegd hoe dat bedrag van €521 miljoen precies is berekend [2][4]. Bovendien speelt een eerdere uitspraak van de Hoge Raad uit 2019 een cruciale rol. Die stelde al dat de peildatum van 1 januari 2019 te vroeg was om de waardedaling betrouwbaar vast te stellen — op dat moment was nog niet zeker genoeg dat de woningprijzen in het bevingsgebied zouden stabiliseren [1][3]. De rechtbank in Groningen volgt die redenering nu. Wil minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken de rekening alsnog bij NAM neerleggen, dan moet hij eerst een nieuw, beter onderbouwd besluit nemen [5].
NAM betaalt wel: €268 miljoen voor fysieke schade blijft overeind
Het is niet zo dat NAM helemaal van de haak is. Op dezelfde dag deed de rechtbank in Groningen ook uitspraak in een tweede zaak [1][7]. Daarin ving NAM bot. Het olieconcern — eigendom van Shell en ExxonMobil [1] — had bezwaar gemaakt tegen een rekening van €268 miljoen voor de afhandeling van fysieke aardbevingsschade aan woningen in het derde en vierde kwartaal van 2020 [2][4]. NAM vond die rekening te hoog en betwistte of alle vergoed schade wel degelijk door aardbevingen was veroorzaakt [4]. De rechtbank gaat daar niet in mee. De manier waarop het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) de schade heeft vastgesteld en vergoed, voldoet aan de wettelijke kaders [2][4]. Die €268 miljoen moet NAM dus gewoon betalen. Dat het verschil tussen de twee zaken groot is, blijkt uit de getallen: 253 miljoen euro valt voorlopig weg voor de Staat [1][4]. Een woordvoerder van NAM liet weten blij te zijn met de uitkomst over de waardedaling: ‘De NAM heeft alle heffingen altijd volledig betaald en de uitspraak van de rechtbank kan leiden tot een substantiële terugbetaling aan de NAM.’ Over het oordeel rond de fysieke schade is NAM minder tevreden: ‘Wij gaan de vonnissen nu eerst bestuderen en zien het verdere verloop van de procedures met vertrouwen tegemoet.’ [4][7]
Vroeger vrienden, nu vijanden — en Groningers zitten ertussenin
De ruzie tussen NAM en de Staat heeft iets ironisch. Decennialang verdienden Shell, ExxonMobil en de Staat samen grof geld aan de Groningse aardgaswinning [6][GPT]. Nu de gaskraan dicht is en de rekeningen voor aardbevingsschade binnenkomen, wijzen ze naar elkaar [6]. Dat beeld snijdt hout: het zijn dezelfde partijen die jarenlang profiteerden, en nu strijden over wie opdraait voor de gevolgen. Voor de tienduizenden Groningers die al jaren leven met scheuren in de muur, gedaalde huizenprijzen en onzekerheid over hun veiligheid, verandert deze uitspraak voorlopig niets [GPT]. Het ministerie van Binnenlandse Zaken benadrukt dat uitdrukkelijk: ‘Voor de bewoners heeft dit geen consequenties. De afhandeling van schade en de versterking van gebouwen gaan onverminderd door, onafhankelijk van het verloop en de uitkomst van deze procedures.’ [7] Zowel NAM als de Staat hebben tot uiterlijk 23 juli 2026 — zes weken na de uitspraak — de tijd om te beslissen of ze in hoger beroep gaan [7]. De juridische strijd over wie de rekening voor Groningen betaalt, is dus nog lang niet voorbij.