Hongarije moet anti-LHBTI-wetten intrekken na historische EU-uitspraak

Hongarije moet anti-LHBTI-wetten intrekken na historische EU-uitspraak

2026-04-22 buitenland

Luxemburg, woensdag, 22 april 2026.
Het Europees Hof van Justitie oordeelde dinsdag dat Hongarije’s anti-LHBTI-wetgeving uit 2021 fundamentele EU-waarden schendt. Voor het eerst in de geschiedenis stelde het hof vast dat een lidstaat artikel 2 van het EU-verdrag overtreedt. De wetten van Viktor Orbán verboden LHBTI-content voor minderjarigen en Pride-marsen. Zestien EU-landen steunden de rechtszaak. De nieuwe Hongaarse leider Péter Magyar, die Orbán versloeg bij de verkiezingen van 12 april, beloofde de discriminerende wetgeving in te trekken. Deze uitspraak opent de weg voor toekomstige zaken tegen lidstaten die structureel basiswaarden schenden en zet druk op Boedapest om de wetten ‘zonder vertraging’ aan te passen.

Concrete gevolgen van de uitspraak

Het Europees Hof van Justitie vond dat Hongarije LHBTI-personen stigmatiseert en marginaliseert door hen te koppelen aan pedofielen [1]. De wet uit 2021 verbood “promotie van homoseksualiteit” voor minderjarigen, wat leidde tot het bannen van boeken, toneelstukken en films [2]. Ook schond Hongarije EU-gegevensbeschermingsregels door onduidelijke toegang tot strafregisters van zedendelinquenten [3]. Het hof gelastte Boedapest om alle kosten te betalen, inclusief die van de Europese Commissie [4]. Voor Nederlandse families betekent dit dat EU-landen niet zomaar discriminerende wetten kunnen invoeren zonder juridische consequenties.

Politieke omwenteling biedt nieuwe kansen

Péter Magyar won op 12 april 2026 een verpletterende verkiezingsoverwinning met 141 van de 199 zetels in het Hongaarse parlement [1]. Hij beloofde een land te creëren “waar niemand wordt gestigmatiseerd omdat hij anders denkt of anders liefheeft dan de meerderheid” [2]. Viktor Orbán, die zestien jaar aan de macht was, verdedigde zijn wetgeving op X: “Onze patriottische regering beschermde Hongaarse kinderen tegen agressieve LHBTI-propaganda” [3]. Magyar wil ook de bevroren EU-fondsen van €18 miljard vrijmaken [4][5]. Activisten roepen hem op de anti-LHBTI-wetten binnen zijn eerste 100 dagen af te schaffen [6].

Precedent voor toekomstige EU-zaken

Deze uitspraak markeert de eerste keer dat het Europees Hof vaststelde dat een lidstaat artikel 2 van het EU-verdrag schendt [1]. Zestien EU-landen, waaronder Nederland, Frankrijk en Duitsland, steunden de rechtszaak [2]. Het hof oordeelde dat de Hongaarse wet “in strijd is met de wezenlijke identiteit van de Unie als gemeenschappelijke rechtsorde waarin pluralisme heerst” [3]. Tineke Strik van GroenLinks, die toezicht houdt op Hongarije in het Europees Parlement, waarschuwde dat “volledige herstel van de rechten van deze gemeenschap centraal moet staan” in Magyar’s plannen [4]. De uitspraak opent de deur voor toekomstige acties tegen lidstaten die systematisch EU-waarden schenden.

Bronnen


Europees Hof LHBTI-rechten