Honderd dagen Jetten: waar is de D66-premier gebleven?
Den Haag, vrijdag, 29 mei 2026.
Rob Jetten leidt Nederland, maar zijn eigen partij herkent hem nauwelijks meer. Een interne brief met 150 handtekeningen zegt genoeg.
Een brief met 150 handtekeningen
Rond 28 mei 2026 bezorgden ontevreden D66-leden in alle stilte een kritische brief bij premier Rob Jetten — ondertekend door 150 partijgenoten [1]. De boodschap was helder: waar is het D66-geluid gebleven? De aanleiding was concreet. Op 15 mei 2026 pleegde een extremist een aanslag op een asielzoekerscentrum in Loosdrecht [1]. Jettens reactie? Die klonk meer als VVD dan als D66. Hij vermeed termen als ‘asielzoekers’ en ‘vluchtelingen’ en nam de toon over van coalitiepartner Dilan Yesilgöz [1]. De achterban was not amused. ‘Wij misten in jouw reactie een normstelling,’ schreven de leden [1]. Tijdens een Kamerdebat in de week van 18 tot 24 mei 2026 profileerde Jetten zich daarna feller en veroordeelde de aanslag scherp [1]. Maar voor veel partijleden kwam dat te laat en klonk het te weinig.
Pragmatisme of principeloosheid?
Het kabinet-Jetten I — een minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA, gepresenteerd op 30 januari 2026 na de verkiezingsoverwinning van D66 in oktober 2025 — heeft van meet af aan een prijs betaald voor de snelle formatie [1]. Voormalig Europarlementariër Sophie in ‘t Veld verwoordt het scherp: ‘Ze hebben bij D66 gedacht: we willen niet dat de Nederlanders nog een keer een jaar moeten wachten op een nieuw kabinet. Dus gaan we voortvarend aan de slag. Daarvoor moeten we dan wel veel toegeven aan de VVD, maar dat gaan we later wel weer recht breien in de Tweede Kamer’ [1]. Politicoloog Simon Otjes omschrijft die redenering in twee woorden: ‘Naïeve hoop’ [1]. Rachelle Smook, voorzitter van de Jonge Democraten, is even direct: ‘Op de grote lijnen — de hypotheekrenteaftrek, het gebrek aan maatregelen tegen Israël, het klimaatbeleid dat niet ver genoeg gaat — mis ik het sociale en progressieve aspect van dit kabinet’ [1]. En dan is er nog de kwestie-Markuszower. Op 26 mei 2026 besloot het kabinet in debat de samenwerking met Gidi Markuszower en zijn partijgenoten voort te zetten, ondanks oproepen tot geweld tegen migranten en asielzoekerscentra [4]. PvdD-leider Esther Ouwehand reageerde op 27 mei 2026 vernietigend: ‘Nederland verwacht dat premier Jetten leiderschap toont. In plaats daarvan wil hij kopjes koffie drinken met iemand die genocidaal gedachtegoed verspreidt’ [2]. Dat is niet bepaald het D66-profiel waar de achterban op had gehoopt.
Drie juni: de echte toets
Op woensdag 3 juni 2026 bereikt het kabinet-Jetten de officiële grens van honderd dagen [1]. Dat wordt het moment voor een eerste formele tussenbalans. D66-Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy kiest nog voor de diplomatieke lijn: ‘Ik kijk met veel bewondering naar de energie en de wijze waarop Rob Jetten in de eerste fase zijn premierschap heeft weten in te vullen’ [1]. Maar bewondering voor energie lost inhoudelijke kritiek niet op. Oud-D66-wethouder Henk Beerten herinnert iedereen er fijntjes aan: ‘D66 is geen linkse partij hè? We zijn progressief’ [1]. En Robert van Asten, D66-Kamerlid, verdedigde eerder op 25 mei 2026 de koerswijziging op asielbeleid met de woorden: ‘Omdat we geloven dat Nederland een heleboel aankan’ [3]. Medio juni 2026 organiseren de Jonge Democraten een jongerencongres waar leden nieuwe, progressieve voorstellen kunnen indienen [1]. De partijbasis roert zich dus. De vraag is of Jetten op 3 juni 2026 een koers uitzet die zijn eigen achterban overtuigt — of dat de premier van Nederland vooral de lijm blijft tussen partners die weinig met zijn partijprogramma hebben.