Kabinet-Jetten koopt zich vrij met 380 miljoen euro om politieke ramp te voorkomen

Kabinet-Jetten koopt zich vrij met 380 miljoen euro om politieke ramp te voorkomen

2026-06-03 politiek

Den Haag, woensdag, 3 juni 2026.
Een begroting die bijna voor het eerst in meer dan honderd jaar werd weggestemd in de Eerste Kamer. Dat scheelde weinig. Het kabinet redde zichzelf op 2 juni 2026 met een nooddeal.

Een weekend crisisoverleg, één grote cheque

In het weekend van 30 en 31 mei 2026 zat premier Rob Jetten samen met zijn vicepremiers en minister Heinen van Financiën in spoedberaad [1]. De aanleiding: BBB had met zijn 11 Eerste Kamerzetels laten weten de begroting van minister Sjoerd Sjoerdsma voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking niet te steunen [1]. Zonder die steun dreigde iets te gebeuren wat Nederland al meer dan honderd jaar niet had meegemaakt: een weggestemde begroting in de Eerste Kamer. Wie meer achtergrond wil over hoe Sjoerdsma zichzelf in die hachelijke positie werkte — onder meer door eerst bezuinigingen op VN-organisatie UNRWA te beloven aan JA21 en die belofte vervolgens te breken — kan dat hier lezen [alert! ‘De eerder gepubliceerde URL in de broninstructie bevat een typografische variant; de exacte URL is overgenomen zoals aangeleverd’]. De uitkomst van het crisisberaad was helder: GroenLinks-PvdA, de partij van Jesse Klaver, werd binnengehaald als reddingsboei [1]. Jetten omschreef de samenwerking nuchter: “Mijn probleem is ons probleem, dus we pakken altijd alles samen op” [1].

380 miljoen euro en een halve belofte voor de toekomst

Op 2 juni 2026 sloot het kabinet het akkoord [1]. De deal: eenmalig 380 miljoen euro extra voor noodhulp en wederopbouw in 2026 [1]. Dat is geen klein bedrag — ter vergelijking, het gaat om een eenmalige injectie die rechtstreeks terechtkomt bij mensen in conflictgebieden en rampgebieden wereldwijd [GPT]. GroenLinks-PvdA wilde eigenlijk meer: het herstel van de koppeling tussen het ontwikkelingsbudget en het bruto nationaal inkomen (bni) [1]. Die koppeling wordt gebruikt om te berekenen hoeveel Nederland structureel uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking [GPT]. Dat punt haalde GroenLinks-PvdA niet binnen voor 2026 [1]. Maar het kabinet beloofde wel dat de koppeling vanaf 2027 stapsgewijs terugkeert, conform het coalitieakkoord [1]. Halfvolle glazen, zou je kunnen zeggen. Minister Sjoerdsma zelf was eerlijk over hoe het zover had kunnen komen: “Er zijn dingen niet goed gegaan. Dat ligt aan mij. Ik heb het onhandig gedaan” [1]. Dat is een opvallend zelfkritisch statement voor een bewindspersoon — en tegelijk een teken dat de schade politiek reëel was.

Wat nu? De Eerste Kamer stemt op 16 juni

De deal is gesloten, maar de stemming moet nog plaatsvinden. Het debat over de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking staat gepland voor 16 juni 2026 in de Eerste Kamer [1]. GroenLinks-PvdA zal naar verwachting vóór stemmen nu het akkoord er ligt [1]. Het kabinet-Jetten — dat op 1 juni 2026 zijn eerste 100 dagen vierde [2] — opereert op een smalle parlementaire basis en is daardoor steeds afhankelijk van wisselende steun van oppositiepartijen [GPT]. Dat maakt besturen complex: elke begroting kan een politiek mijnenveld worden. Voor de Nederlandse burger betekent de deal concreet dat de geplande bezuinigingen op noodhulp in 2026 worden teruggedraaid [1]. Mensen in door oorlog of rampen getroffen gebieden ontvangen dat geld via internationale organisaties [GPT]. Of die aanpak ook na 2026 structureel geborgd blijft, hangt af van hoe de bni-koppeling vanaf 2027 daadwerkelijk wordt ingevoerd [1]. Dat wordt de volgende horde voor Sjoerdsma — als hij die datum haalt [alert! ‘Onzeker of Sjoerdsma aanblijft als minister; geen bronmateriaal beschikbaar over zijn politieke positie na dit akkoord’].

Bronnen


ontwikkelingssamenwerking coalitiedeal