Minister Vijlbrief omarmt stakingen als teken van een gezonde democratie
Den Haag, zaterdag, 13 juni 2026.
Op 24 juni 2026 legt het openbaar vervoer plat. Vijlbrief? Die slaapt er rustig van. Het stakingsrecht is een mensenrecht, zegt hij.
Bezuinigingen als lont in het kruitvat
De vakbonden zijn woedend. Het kabinet-Jetten wil miljarden bezuinigen op de sociale zekerheid: werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen én een verhoging van de AOW-leeftijd [1]. De reactie van de vakbonden laat zich raden: op 24 juni 2026 leggen zij het openbaar vervoer plat [1]. Werkgevers en enkele politieke partijen riepen meteen om nieuwe wetgeving om het stakingsrecht in vitale sectoren aan banden te leggen [1]. Maar D66-minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid trapte op 12 juni 2026 op de rem. Niet op de stakingen — op die roep om nieuwe regels [1].
Vijlbrief kiest dialoog boven wetgeving
Vijlbrief is helder: dit kabinet heeft ‘absoluut geen plannen’ om het stakingsrecht te beperken [1]. Hij wijst op Frankrijk als afschrikwekkend voorbeeld. Daar ligt het openbaar vervoer regelmatig plat, juist omdat er géén cultuur is van samenwerking [1]. Nederland doet het anders. De minister wil de traditie van het Akkoord van Wassenaar uit 1982 nieuw leven inblazen met een nieuw pact voor eerlijk werk en een sterke economie [1]. Zijn redenering: ‘Het stakingsrecht en de sociale dialoog werken niet tégen je economie, ze werken juist vóór je samenleving’ [1]. Steun voor die positie komt ook van internationaal niveau. Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) oordeelde al dat het stakingsrecht een universeel mensenrecht is dat ook tijdens economische crises onaangetast moet blijven [1]. Nederland staat bovendien niet buitenspel op dit dossier: het land is momenteel voorzitter van de landensectie van de VN-arbeidsorganisatie ILO én de grootste vrijwillige donor van ILO-projecten [1].
Wat betekent dit voor jou?
Op 24 juni 2026 kun je de trein of bus dus beter laten staan [1]. Maar het grotere plaatje is dit: de minister weigert de vakbonden monddood te maken, ook al botst hun actie rechtstreeks met het regeringsbeleid. ‘Ik vind het een groot goed dat we in een land wonen waar werknemers hun punt kunnen maken, ook als dat rechtstreeks tegen het beleid van de overheid is gericht’, zei Vijlbrief op 12 juni 2026 [1]. Of dat brede maatschappelijke overleg er ook daadwerkelijk komt, is nog de vraag [alert! ‘de minister spreekt zijn hoop uit, maar concrete toezeggingen of een datum voor overleg ontbreken in de beschikbare bronnen’]. Eén ding staat vast: Vijlbrief slaapt er rustig van. En de reizigers op 24 juni? Die zoeken vast een fiets.