Orbán gaf persoonlijk het bevel voor de inval op het Oekraïense geldtransport
Boedapest, woensdag, 3 juni 2026.
Op 5 maart 2026 liet Viktor Orbán tachtig miljoen dollar aan Oekraïens bankgeld onderscheppen. Geen juridische reden, wel politieke wraak.
Politieke wraak verpakt als anti-witwasoperatie
In Hongarije gaf toenmalig premier Viktor Orbán op 5 maart 2026 persoonlijk opdracht tot de onderschepping van een Oekraïens geldtransport vlakbij Boedapest. Dat onthulde het Hongaarse onderzoeksmedium Telex op 2 juni 2026, op basis van meerdere bronnen die bekend zijn met de operatie [1][2]. Twee gepantserde voertuigen van de Oekraïense staatsbank Oschadbank werden tegengehouden op de rustplaats Alacska [1]. Ze vervoerden 27 miljard forint — omgerekend zo’n 80 miljoen dollar — aan contanten en beleggingsgoud van Raiffeisen Bank in Oostenrijk naar Oekraïne [1][2]. Zwaar bewapende leden van de Hongaarse antiterreureenheid TEK en de belastingdienst NAV voerden de inval uit. Zeven Oekraïense koeriers werden opgepakt, in de boeien geslagen en verhoord [2][4]. Eén bewaker kreeg tijdens zijn verhoor twee injecties toegediend [2]. De officiële Hongaarse uitleg: verdenking van witwassen. De werkelijke reden, aldus de bronnen van Telex: politieke vergelding. Orbán was ervan overtuigd dat Oekraïne de Druzhba-oliepijpleiding — die ook Hongarije van Russische olie voorziet — om politieke redenen gesloten hield [1][2]. Zijn eigen woorden, uitgesproken kort na de inval: “We zullen winnen, en we zullen winnen met kracht. We zullen de Oekraïners dwingen de olieleveringen te hervatten. Open de Druzhba-pijpleiding onvoorwaardelijk en onmiddellijk” [1][2]. Geen juridische onderbouwing, geen inlichtingennoodzaak — wél een besluit dat op het hoogste niveau werd genomen en waarvan zelfs de exacte datum van de operatie door Orbáns eigen staatssecretariaat werd vastgesteld [1][2].
Propaganda met AI-plaatjes en een minister die niet teruggeeft
Na de inval ging de Fidesz-propagandamachine op volle toeren. Partijgebonden media verspreidden AI-gegenereerde afbeeldingen van de Oekraïense koeriers om hen als criminelen af te schilderen, zo berichtte het Hongaarse factcheckplatform Lakmusz op 10 maart 2026 [1][2]. Toenmalig minister van Infrastructuur János Lázár liet publiekelijk weten: “We weten niet wie dit geld heeft gestuurd of waarom, maar we geven het niet terug” [1]. In Oostenrijk stelde FPÖ-secretaris-generaal Christian Hafenecker op dat moment vragen aan de Oostenrijkse minister van Justitie Anna Sporrer over de transporten — maar Sporrer bevestigde dat Oostenrijk geen lopend onderzoek had [1]. Op 6 maart 2026 beschuldigde de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Andrii Sybiha Hongarije er openlijk van zeven Oekraïense bankmedewerkers gegijzeld te houden [4]. Voor Nederlandse lezers is dit relevant: Raiffeisen Bank — de bank waar het geld vandaan kwam — is actief in heel Europa, ook in Nederland [GPT]. Bovendien raakt de kwestie rond de Druzhba-pijpleiding direct aan de Europese energieafhankelijkheid, een discussie die ook in Den Haag volop speelt [GPT].
Orbán verliest de verkiezingen, het geld gaat terug
Na de verkiezingsnederlaag van Fidesz keerde het tij snel. De NAV, die eerder Orbáns blokkade uitvoerde, omzeilde datzelfde decreet en keerde het volledige bedrag van 27 miljard forint terug aan Oekraïne [1]. De uitzetbevelen en reisverboden tegen de Oekraïense koeriers werden ingetrokken [1]. Op 6 mei 2026 bevestigde de Oekraïense president Volodymyr Zelensky dat het geld en de goederen waren teruggegeven [2]. Nieuw premier Péter Magyar, wiens Tisza-partij een absolute meerderheid behaalde in het parlement, reageerde scherp op de onthullingen van Telex: “Viktor Orbán controleerde persoonlijk de opsporingsdiensten en inlichtingendiensten. Hij kon beslissen of er huiszoekingen werden uitgevoerd of onderzoeken werden vertraagd” [4]. Magyar heeft een parlementaire onderzoekscommissie ingesteld om de activiteiten van de vorige regering te onderzoeken en wil overheidsdocumenten openbaar maken [4]. Orbáns woordvoerder Bertalan Havasi ontkende elk wangedrag: de vorige regering had altijd gehandeld in overeenstemming met de wet [4]. De officier van justitie in Boedapest liet weten onafhankelijk te opereren en geen contact te hebben gehad met de vorige noch de huidige regering [1]. Of Orbán strafrechtelijk verantwoordelijk wordt gehouden, is op dit moment — woensdag 3 juni 2026 — nog volledig onduidelijk [alert! ‘geen bronnen beschikbaar over lopende strafrechtelijke procedures tegen Orbán persoonlijk’].