Amsterdam heeft een nieuw stadsbestuur: PRO en D66 nemen het roer over
Amsterdam, woensdag, 10 juni 2026.
De Amsterdamse gemeenteraad stemde op 9 juni 2026 in met het coalitieakkoord van PRO Amsterdam en D66. Oppositie noemde het een ‘doorschuifakkoord’, maar de coalitie belooft 68.000 nieuwe woningen en schrapt 2.500 ambtenarenbanen.
Oppositie kraait, coalitie regeert
Op 9 juni 2026 debatteerde de Amsterdamse gemeenteraad urenlang over het nieuwe coalitieakkoord van PRO Amsterdam en D66 [1]. De oppositie spaarde de coalitie niet. JA21, de Partij voor de Dieren en de VVD noemden het ronduit een ‘doorschuifakkoord’ [1]. De VVD sprak van ‘oude wijn in nieuwe zakken’ [1]. SP-fractievoorzitter Angelo Delsen was nog scherper: “De overheid gaat ons meer kosten, maar we krijgen er minder voor terug” [1]. JA21-fractievoorzitter Sytze Rijpkema haalde zelfs een speech van Annabel Nanninga uit 2022 erboven op, om te bewijzen dat er in vier jaar tijd weinig is veranderd aan de problemen rond woningbouw, veiligheid en energiebeleid [1]. Forum voor Democratie-leider Johan Dessing trad hem bij: “Er wordt steeds gekozen voor ideologie in plaats van voor de belangen van Amsterdammers” [1]. Volt-fractievoorzitter Juliet Broersen stak haar teleurstelling niet weg over het mislopen van concessies rond ongedocumenteerden: “Ik vind het heel erg lelijk en dat wil ik graag benoemd hebben” [1]. ‘s Avonds, na een korte eetpauze, stemde de raad in met het akkoord en werden de nieuwe wethouders benoemd [1][2].
Wat staat er écht in het akkoord?
De coalitie zet vol in op woningbouw: tot 2030 moeten er 68.000 woningen bijkomen [1]. Concreet gaat de gemeente langs 20.000 huizen voor huurcontrole [1]. Tegelijk erkent de coalitie dat het slagingspercentage van Amsterdamse woningbouwprojecten in 2025 op slechts 44 procent lag [1]. D66-leider Melanie van der Horst verdedigde haar positie: “Ik vind het vreemd dat ik word afgerekend op mijn eigen verkiezingsprogramma in plaats van het onderhandelingsresultaat” [1]. Haar partij beloofde in de campagne nog 9.000 woningen per jaar te bouwen, maar dat getal haalt het akkoord niet [1]. Volt-fractievoorzitter Broersen zei de nieuwe bouwagenda nog vóór eind 2026 te willen zien [1]. Naast wonen snijdt de coalitie flink in het gemeentelijk apparaat: 2.500 fte aan ambtenaren en inhuuropdrachten verdwijnen, goed voor een besparing van €250 miljoen [1]. SP-raadslid Delsen trok meteen aan de bel: “U heeft de 250 miljoen die u gaat bezuinigen, al uitgegeven. Dat is toxisch” [1]. PRO Amsterdam-leider Zita Pels noemde het ‘praktisch idealisme’ [1]. Voor gewone Amsterdammers zijn er ook lichtpuntjes: de ozb en de afvalstoffenheffing gaan deze bestuursperiode niet omhoog [1], kinderen tot 16 jaar krijgen gratis openbaar vervoer [1], en er gaat 30 miljoen euro extra naar kunst en cultuur [1].
Nieuw college, oude vragen
Na de stemming op 9 juni 2026 nam het nieuwe college van B&W officieel het stuur over [1][2]. Amsterdam is daarmee de eerste van de vier grote steden met een gepresenteerd akkoord [1]. Toch blijven er serieuze vragen hangen. De coalitie wacht in september 2026 nog op de septembercirculaire van het Rijk om financiële risico’s af te dekken [1]. De parkeertarieven voor bezoekers gaan omhoog van circa €0,60 naar €1,00 per uur [alert! ‘het woord circa is een eigen toevoeging; de bron vermeldt deze bedragen zonder expliciete afronding’], maar een meerderheid van de stadsdeelcommissie Nieuw-West sprak zich in de week van 8 juni 2026 al uit tégen die verhoging [1]. BIJ1-fractievoorzitter Tofik Dibi formuleerde de kern van de oppositiekritiek het bondigst: “Het zijn politici en bestuurders die het ontbreekt aan moed om keuzes te maken” [1]. PRO-leider Zita Pels liet zich daar niet door ontmoedigen: “Dit is praktisch idealisme” [1]. Of dat genoeg is om Amsterdam de komende jaren vooruit te helpen, zal de praktijk moeten uitwijzen.