Het kabinet belooft op 26 juni een stikstofakkoord, maar de ruzie in Den Haag is nog lang niet voorbij

Het kabinet belooft op 26 juni een stikstofakkoord, maar de ruzie in Den Haag is nog lang niet voorbij

2026-06-10 politiek

Den Haag, woensdag, 10 juni 2026.
Premier Jetten zet alles op alles voor een stikstofdeal op 26 juni 2026. Het CDA trapt op de rem: te veel beloftes, te weinig zekerheid. Intussen dreigen strengere koeiennormen voor boeren.

26 juni: de dag waarop alles moet kloppen

Premier Rob Jetten (D66) heeft een harde deadline gesteld: op 26 juni 2026 presenteert het kabinet een stikstofakkoord [1]. De week daarna, vanaf 29 juni, debatteert de Tweede Kamer over de plannen [1]. Jetten mikt daarbij op een meerderheid van honderd zetels, met steun van oppositiepartijen Progressief Nederland (Pro) en JA21 [1]. Klinkt ambitieus. Maar Jettens optimisme heeft al vaker een knauw gekregen: in april 2026 sneuvelde de asielnoodmaatregelenwet in de Eerste Kamer, en in mei 2026 kondigden vakbonden stakingen aan nadat overleg over een sociaal akkoord mislukte [1]. Het patroon is herkenbaar. En toch trekt Jetten vol gas: “Het ontbreekt gewoon aan lef en ambities om te zeggen: we gaan door roeien en ruiten om dit voor elkaar te krijgen” [1]. Vraag is alleen of de coalitie zelf mee wil roeien.

CDA trapt op de rem, boeren houden hun hart vast

CDA-leider Henri Bontenbal is niet onder de indruk van Jettens tijdsdruk. Het CDA weigert mee te gaan in de haast en stelt zorgvuldigheid boven snelheid [1]. Bontenbal is er duidelijk over: “Dit is een van de redenen waarom mensen het vertrouwen in de politiek verliezen: er worden te vaak te grote beloftes gedaan” [1]. Intussen woeden in Den Haag felle discussies over de concrete inhoud van het akkoord [2]. Op tafel liggen een aangescherpte GVE-norm — dat staat voor grootvee-eenheid, een maat voor de omvang van de veestapel en dus de stikstofuitstoot — en de instelling van bufferzones rond Natura 2000-gebieden [2]. Voor boeren zijn de gevolgen concreet en ingrijpend: minder dieren, beperkingen op bedrijfsuitbreiding, of zelfs verplaatsing van het hele bedrijf [2]. Agrarische belangenorganisatie LTO bevestigt dat het kabinet nog verwikkeld is in fundamentele discussies over de exacte invulling van de maatregelen [1]. Met andere woorden: de datum staat vast, de inhoud nog niet.

Wetsvoorstellen, grondnormen en een Raad van State die kritisch is

Parallel aan de kabinetsdiscussie speelt er nog een ander stikstofverhaal in de Kamer. ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis en voormalig NSC-Kamerlid Harm Holman dienden in 2025 een initiatiefwetsvoorstel in voor een grondgebonden melkveehouderij [5]. De Raad van State bracht op 8 juni 2026 advies uit en plaatste stevige vraagtekens bij het voorstel [4][5]. Het advies: niet in behandeling nemen tenzij er ingrijpende aanpassingen volgen, vanwege een gebrek aan concreetheid en risico’s rond de uitvoerbaarheid [4]. Grinwis accepteert de kritiek en gaat aan de slag. Hij schrapt onder meer de driedeling van Nederland voor mesttransport en laat de verplichting voor provincies om strengere normen op te leggen vallen [5]. Wat blijft staan: de stapsgewijze grondnorm van 0,20 hectare per GVE in 2028 en 0,25 hectare per GVE in 2030 [5]. Grinwis: “2030 wordt wat mij betreft een belangrijk tussenevaluatiejaar” [5]. Voor melkveehouders betekent dit dat er, hoe het kabinetsoverleg ook afloopt, sowieso wetgeving op hen afkomt die de verhouding tussen grond en vee wettelijk vastlegt. De deadline van 26 juni is dus slechts één hoofdstuk in een veel langer verhaal.

Bronnen


coalitieakkoord stikstof